Ontwikkelingen in de zorg – integrale bekostiging
Amsterdam, 25 februari 2010
Een recente ontwikkeling in de zorg is de opkomst van zogenaamde zorggroepen. Een zorggroep is een nieuwe vorm van zorgorganisatie, opgezet om de zorg voor chronische patiënten integraal te leveren. De vorm van zorg heet ketenzorg en heeft sinds 1 januari 2010 een officiële erkenning door het Ministerie van VWS voor integrale diabeteszorg en vasculair risicomanagement. Dit artikel geeft een inleiding in ketenzorg, de rol van de zorggroepen en financiering van deze ketenzorg.
Bij ketenzorg gaat het om samenwerking waar de zorg als een geïntegreerde keten wordt aangeboden aan de patiënt. Het is een vraaggerichte, patiëntgerichte manier van zorg verlenen, waarbij kwaliteit- en effectiviteitverbeteringen te behalen zijn. Ketenzorg lijkt met name voor chronische patiënten relevant, omdat zij langdurige zorg vragen en het risico van complicaties (en dus duurdere zorg) altijd aanwezig is. De overheid wil ketenzorg voor chronische aandoeningen daarom stimuleren.
Het idee van ketenzorg voor diabetici is al langer bekend. De eerste initiatieven werden veelal door ziekenhuizen gestart met voornamelijk tegenvallend resultaat. Het ketenzorgconcept wordt geleverd door multidisciplinaire samenwerkingsverbanden in de eerstelijn (eerstelijnszorg is de zorg “dichtbij huis”, zoals huisartsenzorg, fysiotherapie en kraamzorg). Deze zogenoemde zorggroepen zijn de organisaties die de chronische zorg in een bepaalde regio coördineren en uitvoeren, en die hiervoor contracten sluiten met zorgverzekeraars.
Ketenzorg is “anders” dan de normale zorg aan chronische patiënten, omdat het alle zorg betreft die de chronische patiënt behoeft voor het ziektebeeld, en omdat gewerkt wordt volgens een vast zorgprotocol, de zogenaamde zorgstandaard, waaraan alle samenwerkende zorgverleners zich committeren. Bijzonder aan deze vorm is dat deze zorgverleners – veelal zelfstandig ondernemers – een samenwerking hebben rond één ziektebeeld, waarbij gezamenlijk – veelal ook met de patiënt – een ziektedossier wordt bijgehouden. Voordeel is dat complicaties (dus zwaardere zorg) kunnen worden voorkomen en voor de patiënt dat de zorg dichtbij huis geleverd wordt
Bijzonder is verder dat niet alleen de zorg integraal geleverd wordt, maar ook de bekostiging integraal is. Waar normaal gesproken voor elk consult en elk onderzoek een aparte nota naar de zorgverzekeraar gaat, wordt een jaartarief voor de gehele ketenzorg berekend en gefactureerd, in een zogeheten keten-DBC.
So far, so good. In de ziekenhuizen kennen we al langer een integrale prijs voor de geleverde zorg (de DBC - DiagnoseBehandelCombinatie), het leveren van zorg in een keten (of in een “zorgstraat”) wordt al jaren gedaan in bijvoorbeeld de Stroke Units bij de Spoed Eisende Hulp in ziekenhuizen. En ook samenwerkingsvormen van zelfstandig ondernemende zorgverleners in de eerste lijn zijn niet nieuw – denk aan de huisartsenpost waar u ’s avonds naar toegaat wanneer u geen spoedeisende klachten heeft (geen breuken of open wonden) maar u niet tot morgen (of na het weekend) kunt wachten.
Nieuw is dat alles hier samen komt: van het inrichten en verbeteren van een heel zorgproces, het volgen van een specifiek chronisch ziektebeeld(disease management), innovatie en kwaliteitsverbeteringen die uiteindelijk kostenbesparend zijn (verschuiving van het ziekenhuis naar de huisartsenpraktijk naar de patiënt thuis), met een nadruk op verantwoordelijk van de patiënt zelf, preventie, een integrale bekostiging en – een nieuwe vorm van zorg organiseren – door de zorgprofessionals zelf. De zorggroepen hebben (in zekere mate) de vrijheid te bepalen welke vormen van zorg in de keten-DBC zitten en hoe zij deze gezamenlijk leveren of inkopen. Het staat (ook weer in zekere mate) wie de zorg levert en hoe de zorg georganiseerd is. Soms zijn het huisartsorganisaties die het bestuur van de zorggroep vormen, soms ligt de coördinatie bij een artsenlaboratorium (die de bloedonderzoeken en oogfoto’s afneemt bij de patiënt), in bepaalde gevallen zijn het praktijkondersteuners en diabetesverpleegkundigen (die samen het leeuwendeel van de contacten met de patiënt verzorgen) die het zorgproces afstemmen en verbeteren en de keten-DBC declareren, in andere gevallen is het juist de zorgverzekeraar die de zorgketen initieert (Agis en Menzis).
Hoe de ketenzorg er ook uitziet, wie de organisatie ook vormen; of de zorggroep nu klein (vijf huisartsen) of groot is (200 praktijkondersteuners), of er voor een stichting of BV-vorm gekozen wordt – de zorggroep is de partij die het integrale tarief voor de ketenzorg contracteert bij de zorgverzekeraars. En hierbij ontstaat een nieuw spel van tariefsonderhandelingen, kwaliteit- en resultaatafspraken, inzicht in zorg- en patiëntgegevens door een zorgorganisatievorm die tot voor kort niet bestond.
Na een aantal jaren experimenteerruimte – en de vorming van ruim 70 zorggroepen – is door VWS-minister Klink de integrale bekostiging officieel erkend, en is de ruimte gecreëerd voor de vorming van ketenzorg voor een aantal andere chronische ziekten (vanaf 2011). Dit geeft aan dat de ontwikkeling in de zorg – ook en juist in de eerste lijn –volop in beweging is.
Integrale bekostiging en ketenzorg roepen wel vragen op, waarop het komende jaar – voordat men ketenzorgvormen voor COPD/astma, complexe ouderenzorg en geestelijke gezondheidszorg verder uitrolt – een antwoord zal moeten komen.
- Hoe is het gesteld met de keuzevrijheid voor de patiënt, als er slechts één zorggroep in de regio actief is en alle diabeteszorg door deze partij geleverd wordt?
- Hoe liggen de machtsverhoudingen als de zorgverzekeraars ervoor kunnen kiezen om de zorggroep niet te contracteren, of alleen tegen tarieven die de ontwikkeling- en organisatiekosten niet dekken?
- Is er sprake van een aanmerkelijke marktmacht van zorggroepen in bepaalde regio’s? De NZa (Zorgautoriteit) en NMa (kartelwaakhond) beraden zich. Maar tegelijkertijd – hoe staat dit in verhouding tot de organisatie van bijvoorbeeld huisartsenposten, die in bepaalde gevallen dezelfde organisatie zijn als de (diabetes)zorggroep? Vinden wij dat huisartsenposten ook een aanmerkelijke marktmacht hebben als deze huisartsen de wettelijke poortwachtersfunctie hebben naar (verdere) ziekenhuiszorg?
- Wordt er met de zorggroepen niet een extra (wellicht ongewenste) financieringslaag in het systeem gebouwd – waarbij de zorggroep gaat onderhandelen met zorgverleners als diabetesverpleegkundigen, internisten, oogartsen, podotherapeuten, voor wie normaal wettelijk gekaderde tarieven gelden?
- En hoe is de rol van preventie – één van de pijlers van het voorkómen van complicaties en verergering van de chronische ziekte – als deze door de zorgverzekeraars niet of nauwelijks vergoed wordt? Weegt het kortetermijnbelang van de zorgverzekeraar wel op tegen het langetermijnbelang van preventie voor onze samenleving als geheel?
- En – niet onbelangrijk – in hoeverre krijgen de zorgverzekeraars zicht in het ziektebeeld van de patiënt (en dus mogelijke privacyschending) als er allerlei kwaliteit- en prestatie-indicatoren gehanteerd worden die onderhands (niet via een landelijk protocol) uitgewisseld kunnen worden? De voorgestelde transparantie-eisen van het ministerie hebben (nog) geen verplicht karakter en bovendien staat het zorgverzekeraars vrij om meer inzicht te eisen in gegevens.
Integrale bekostiging of specifieker, de financiering van chronische zorg vraagt om nieuwe oplossingen, nieuwe inzichten. Zeker waar het nieuwe financiële stroom betreft (inclusief inkoop, onderhandeling en uitbetaling) tussen zorggroep en de onderaannemers (de uitvoerende zorgverleners) zal financiële expertise benodigd zijn. De behoefte aan financiële expertise gekoppeld aan kennis en ervaring in de zorg biedt hiermee de komende jaren volop ruimte aan de financiële experts in Nederland. Niet alleen om ketenzorg en integrale bekostiging een financieel fundament te geven, maar ook om de lijn voort te zetten om de zorg over de gehele linie betaalbaar te houden.
Frank Maarsen is Project Manager bij DPA Finance